Het verslag is gericht op het basisonderwijs en gaat met name in op de praktische vragen waar de leerkracht voor staat bij het introduceren van een meer inclusieve werkwijze in de klas.
Twee hoofdvragen vormen het uitgangspunt voor de studie: hoe kan met verschillen tussen leerlingen in de klas worden omgegaan en hoe moeten reguliere scholen uitgerust en georganiseerd worden om onderwijs te geven aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften?
Het onderzoek wijst op tenminste vijf groepen factoren die doeltreffend blijken in inclusief onderwijs:
Coöperatief onderwijzen :
Leerkrachten hebben behoefte aan praktische ondersteuning door een extra leerkracht (bijvoorbeeld door een leerkracht voor buitengewoon onderwijs,
collega’s, directeur of andere professionals). Zowel voor de ontwikkeling van de schoolse en de sociale vaardigheden van leerlingen met beperkingen lijkt dit een doeltreffende werkwijze. Het ligt voor de hand dat de extra hulp en ondersteuning goed gecoördineerd en gepland moet zijn.
Coöperatief leren:
Samen leren (ook wel: peer tutoring) is doeltreffend in zowel het cognitieve als het affectieve (sociaal-emotionele) domein. Leerlingen die elkaar helpen, vooral wanneer ze verschillen in niveau, profiteren van het samen leren. Er is geen enkele aanwijzing dat leerlingen met een hoger niveau hiervan nadeel ondervinden in termen van gemiste uitdagingen of kansen. De resultaten wijzen eerder in de richting van voortgang in schoolse en sociale vaardigheden.
Individuele planning:
Leerlingen met speciale onderwijsbehoeften profiteren van systematische voortgangscontrole, diagnostiek, planning en evaluatie van het werk dat gedurende de schooldag gedaan moet worden. Dat zijn de instrumenten om de instructie optimaal aan te passen aan de individuele behoefte van de leerling en eventuele extra ondersteuning gericht in te zetten.
Problemen oplossen in samenwerkingsverband :
Verschillende onderzoeken laten zien dat vooral voor leerkrachten die hulp nodig hebben bij de integratie van leerlingen met beperkingen, een systematische aanpak van ongewenst gedrag in de klas leidt tot een reductie van het aantal en de ernst van de verstoringen van de lessen. Duidelijke regels en grenzen, en gerichte beloning en straf blijken steeds weer doeltreffend te zijn
Heterogeen groeperen:
Tenslotte is gebleken dat een meer gedifferentieerde benadering nodig en doeltreffend is in het onderwijs aan verschillende types van leerlingen in de klas. Gerichte doelen, alternatieve leerwegen, flexibele instructievormen en het afzien van homogene groeperingsvormen ondersteunen een meer inclusieve werkwijze. In het licht van de behoefte aan ideeën over hoe om te gaan met verschillen in de klas lijkt dit van belang.
Om het verslag binnen te halen op uw computer, surft u naar de webstekvan het agentschap, vervolgens klikt u op 'Publications' en volgt u de koppeling 'Agency Publications'.
Het volledige verslag is in het Engels beschikbaar in Word-formaat. Om het navigeren te vergemakkelijken, werd de inhoudstafel voorzien van koppelingen en een index van belangrijke onderwerpen en auteurs.
Europees agentschap
www.european-agency.org